Naar de inhoud

Kerstballen van HEMA, YourSurprise, Megagadgets, Dit verzin je niet, Fun-en-feest en AliExpress op één plek

kerstballenkopen.be

Geschiedenis van de kerstbal (Lauscha)

Redactie Kerstballenkopen.be ·

Handgeblazen glazen ornamenten met een zilveren binnenkant, in de traditie van Lauscha

De glazen kerstbal heeft een plek van herkomst die historici en glasblazers blijven noemen: Lauscha, een dorp in het Thüringer Wald. Daar stond het glasblazen al eeuwen, en daar groeide in de negentiende eeuw de gewoonte om een boom niet alleen met appels, noten en koek te hangen, maar met glas. Het verhaal is mooier naarmate het vager wordt. Dit stuk houdt vast aan wat je kan navertellen zonder een jaartal te verzinnen dat de oven niet heeft meegemaakt.

Wie vandaag een bal koopt, nieuw of oud, herkent die geschiedenis nog in de wand en in het kapje. De praktische koopgids is de complete gids voor kerstballen kopen in België. De lijn naar nu loopt via glazen kerstballen.

Handgeblazen glazen ornamenten met een zilveren binnenkant, in de traditie van Lauscha

Een dorp van glas

Lauscha ligt in Thüringen, in het huidige Duitsland, in een streek waar hout en later betere ovens het glasblazen mogelijk maakten. De glasblazerij ter plaatse wordt van oudsher verbonden met het einde van de zestiende eeuw. Het jaartal 1597 keert terug als de start van de glasproductie door families als Greiner en Müller. Dat jaartal gaat over het begin van het glasambacht daar, niet over de eerste kerstbal. Eeuwenlang maakte men er drinkglazen, kralen en glazen voor lampen en instrumenten. De kerstboomversiering kwam later.

Het dorp was arm genoeg en vaardig genoeg om thuiswerk normaal te maken. Gezinnen bliezen aan huis. Kinderen leerden de pijp hanteren. Die huisnijverheid verklaart waarom de ornamenten konden uitgroeien tot een massaproduct zonder dat ze meteen een grootfabriek waren. Elk stuk begon aan een pijp.

Van fruit naar glas

In Duitse huizen hing men in de winter takken of een boom met wat er was: appels, noten, gedroogd fruit, koek, en later papier en metaal. Glas kwam daarbij als een vervanging die mooier bleef dan een verschrompelde appel. Het vaak vertelde verhaal plaatst de eerste glazen ballen in Lauscha rond het midden van de negentiende eeuw. Een glasblazer zou, bij gebrek aan fruit, een bol hebben geblazen om in de boom te hangen. De naam die daarbij circuleert, verschilt naargelang de navertelling. Behandel die anekdote als een anekdote. De kern die wél klopt: in die periode en in die streek werd het glazen ornament een product, niet meer een eenmalig experiment.

De bollen werden daarna van binnen verzilverd. Een oplossing op basis van zilver gaf de binnenkant een spiegel, zodat de bal het kaarslicht terugkaatste in plaats van dof glas te blijven. Die stap maakte het ornament tot de kerstbal die wij herkennen. Zonder zilver is het een gekleurde druppel. Met zilver is het een lamp in het klein. De lak aan de buitenkant kwam erbij in kleuren die de mode volgde, en het metalen kapje maakte het ophangen betrouwbaarder dan een touwtje om een gladde hals.

Vormen volgden de bol: deuken, pegels, noten, vogels, trossen. De blaaspijp en een mal of een vrije hand bepaalden de vorm. Een deukbal is geen ongeluk. Het is een techniek die het licht breekt.

De weg uit het dal

Lauscha verkocht niet alleen aan de buren. Handelaren brachten de ornamenten naar andere Duitse streken en daarna verder. In de late negentiende eeuw raakten de glazen ballen ook in de Verenigde Staten bekend, mee door winkeliers die Europese decoratie invoerden. De naam Woolworth valt in dat verband vaak, als de winkelier die de ballen een groot publiek gaf. Of elke bal in een Amerikaanse boom uit Lauscha kwam, is een andere vraag. De techniek en de faam wel. Andere streken en later andere landen gingen zelf blazen of persen.

In de twintigste eeuw braken oorlogen en nieuwe grenzen de handel. Na de Tweede Wereldoorlog lag Lauscha in de DDR. Het glasblazen ging door, onder andere omstandigheden dan de huisnijverheid van de negentiende eeuw. Intussen werkten families en manufacturen net over de grens van die geschiedenis verder in West-Duitsland. Inge-Glas, in de streek van Neustadt bei Coburg, is zo’n manufactuur: mondgeblazen glas in de Lauscha-traditie, niet een winkel die in 1597 een kerstbal verkocht. Käthe Wohlfahrt, de bekende kerstwinkel in Rothenburg, is nog een andere schakel: een verkoper, gestart in 1964, geen oven.

Die namen door elkaar halen is de fout die een etiket duur maakt zonder dat het glas beter wordt. De geschiedenis is een keten. Elke schakel heeft zijn eigen jaartal.

Kaartschets van Thüringen met Lauscha als bakermat van het glazen ornament

Wat je daarvan in de boom ziet

Een mondgeblazen bal is licht en niet perfect rond. De opening bovenaan is het litteken van de pijp. Het zilver binnenin hoort egaal te zijn bij een nieuwe bal. Wolken in het zilver wijzen op leeftijd of op vocht. Een vintage glazen kerstbal mag die wolken hebben. Een nieuwe bal die als “Lauscha” wordt verkocht en loodzwaar en naadloos is, is iets anders dan het ambacht waar het dorp om bekendstaat. Misschien is hij nog steeds mooi. Hij is niet dat verhaal.

Plastic en machinaal glas hebben de bol voor bijna elk huis betaalbaar gemaakt. Dat is geen verraad aan Lauscha. Het is de reden dat een boom in een rijwoning in Vlaanderen of Wallonië vol kan hangen zonder een glasblazer in de familie. De erfgenaam van de traditie hangt dan op ooghoogte: één of een paar ballen waarvan je de wand herkent, tussen originele of bijzondere kerstballen en een vulling die mag breken zonder een historisch hartzeer.

Bewaar zo’n bal apart. Schrijf erbij wat je weet, en schrijf er niet bij wat je alleen maar hoopt. “Gekocht als mondgeblazen, verkoper noemde de Lauscha-traditie, 2026” is een eerlijke zin. “Zestiende eeuw” op een bal met een plastic dop is een sprookje.

Waarom de bol rond bleef

De bol bleef omdat hij het licht het meest gelijk teruggeeft en omdat een boom vol andere vormen onrustig wordt. Lauscha blies beide. Wij hangen nog steeds vooral bollen, met een paar figuren ertussen. De kaars van toen is een LED geworden, gelukkig voor de naalden en voor het huis. De functie is dezelfde: een klein spiegelend vlak in het donker van een winteravond.

Wie in Lauscha of in een glasblazerij in die streek gaat kijken, ziet nog ovens en nog mensen aan een pijp. Wie niet reist, ziet het in de hand: het gewicht, de hals, het zilver. Dat is genoeg geschiedenis voor in de living. De rest hangt eromheen, in welke kleur dit jaar ook vraagt.

De glazen kerstballen van nu zijn de verre familie van die eerste bollen. Hang er één waar je hem ziet. De boom hoeft geen museum te zijn om die lijn in huis te hebben.

Detail van de blaashals en het metalen kapje van een glazen kerstbal

Wat je met die geschiedenis doet als je een bal koopt

Je hoeft niet naar Thüringen om eerlijk te kopen. Een mondgeblazen bal herken je in de hand: licht, niet perfect rond, een hals waar de pijp zat, een zilverlaag die bij een nieuw stuk egaal is. Een zware, naadloze bal kan mooi zijn en is een ander product. Betaal hem als machinaal glas of als plastic, niet als een stuk Lauscha omdat de webshop dat woord in de titel zette.

Een jaartal op de verpakking vraagt een vraag. 1597 hoort bij het begin van het glasambacht in het dorp, niet bij de eerste kerstbal en niet bij de manufactuur die vandaag een doos vult. 1964 hoort bij de winkel van Käthe Wohlfahrt, niet bij een oven. Inge-Glas hoort bij mondgeblazen werk in die traditie, in de twintigste eeuw verdergezet, niet bij een kassabon uit de zestiende eeuw. Wie dat uit elkaar houdt, betaalt voor de wand en niet voor een sprookje.

Schrijf op het doosje wat je weet en wat je alleen maar hoopt. “Mondgeblazen, verkoper noemde de Lauscha-traditie” is een eerlijke zin. “Eeuwenoud” op een bal met een nieuw plastic dopje is dat niet. Hang die ene bal waar je hem ziet, tussen gewone ballen die mogen breken. De boom hoeft geen museum te zijn om de lijn van het dal naar de living te tonen. Eén echte wand is genoeg geschiedenis voor een decemberavond.