Kerstdecoratie voor binnen: 15 ideeën per kamer
Redactie Kerstballenkopen.be ·

Kerstdecoratie voor binnen mislukt zelden door een gebrek aan spullen. Ze mislukt omdat elke kamer een ander thema krijgt. De hal is rood, de living is goud, de keuken is een dorp van huisjes, en niets rijmt. Kies één kleurfamilie voor het hele huis en varieer daarbinnen per kamer in hoeveelheid. Hier zijn vijftien ideeën, drie per ruimte, die die familie respecteren.
De ballen die je daarvoor gebruikt, koop je via de complete gids voor kerstballen kopen in België. Hou gouden kerstballen of je eigen metaal aan als de lijn die je herhaalt.

Eerst de regel, dan de kamers
Kies twee kleuren en één metaal. Dat trio komt in elke kamer terug, al is het maar in één bal. Een kamer mag minder versiering hebben. Ze mag geen vreemde kleur introduceren. Wie van een groene keuken houdt en een gouden boom heeft, zoekt een groen dat al in de boom zit, niet een nieuw limoen.
Versier daarna de plekken waar je stilstaat: de zetel, de tafel, de gang naar de voordeur. Versier niet elke vensterbank. Een huis dat overal “iets” heeft, oogt kleiner.
Woonkamer
1. De boom als enige hoofdrol. Zet hem op de plek waar je hem vanuit de zetel en vanuit de deur ziet. Versier hem af en voeg in deze kamer niets toe tot hij af is. Een half versierde boom plus een volle schouw is twee projecten.
2. Een schaal op de salontafel. Drie tot vijf ballen, groot genoeg om niet als snoep te ogen, in een lage schaal. Geen takken die de kopjes in de weg zitten. Witte kerstballen of je hoofdkleur, één metaal. De schaal mag het hele jaar dienen.
3. Eén lijn op de schouw of de kast. Een korte kerstslinger of een rij van vijf ballen, niet beide, en geen kaarsen ervoor tenzij ze ver van de rand en van het gordijn staan. Liever een ledkaars. De lijn blijft laag, zodat de spiegel of de lijst erboven zichtbaar blijft.
Hal en trap
4. Een krans of een lint aan de deur aan de binnenkant. De buitenkant is een ander weer. Binnen mag de krans fijner en mag ze glas bevatten als de deur niet tegen de kapstok slaat.
5. Ballen aan de trapleuning, spaarzaam. Eén bal om de drie treden, vastgemaakt zodat een hand de leuning nog pakt. Geen slinger die om de spijlen kronkelt en een voet vangt. Op een trap met kinderen: onbreekbaar en hoger dan de grijphoogte, of niets.
6. Een kom op het schoenenkastje. Twee ballen en een dennentak die je vervangt wanneer hij droog wordt. Het kastje moet zijn werk blijven doen. Versiering die je elke dag verplaatst om je sleutels te vinden, gaat weg.
Eettafel
7. Een loper die er al was, plus ballen. Leg de ballen in een lijn in het midden, oneven aantal, groot genoeg om niet in de soep te rollen. Haal ze weg voor het eten als de tafel smal is. Een mooie tafel waar niemand kan zitten, is een etalage.
8. Een lage krans rond een ledkaars. De krans blijft onder ooghoogte van de gasten. Een hoge tak in het midden blokkeert het gesprek. Glas mag hier, omdat de tafel geen looproute is, zolang de bal niet tegen de glazen tikt.
9. Servetten in de kleur van de ballen, niet in een derde kleur. Dat is de goedkoopste samenhang. Een gouden ring om een witte servet doet meer dan een plastic rendier.
Keuken
10. Eén plek, niet het werkblad. Het werkblad moet leeg kunnen. Hang een kleine bundel aan een haak of zet drie ballen op een kast die je niet opent. Vet en kerstlak gaan niet samen. Hang niets boven de kookplaat.
11. Een tak in een fles. Eén tak, één bal eraan, op de plek waar je toch al een fles of een kan hebt staan. De fles is stabiel. Een smalle vaas met een zware bal kiept.
12. Geen eetbare versiering tussen de echte koekjes. Een bal die op een peperkoek lijkt, hoort niet op het schaal naast de echte. Kinderen en gasten raden verkeerd. Houd eten en ornamenten fysiek uit elkaar.
Slaapkamer en badkamer
13. De slaapkamer blijft bijna leeg. Een kleine tak op het nachtkastje of niets. Een tweede boom in de slaapkamer steelt slaap, licht en bergruimte. Een gouden kerstbal aan de greep van de kleerkast is genoeg voor wie toch iets wil zien bij het opstaan.
14. De badkamer krijgt hooguit een zeep of een handdoek in de kerstkleur. Geen glas op de rand van het bad. Vocht en een gladde vloer maken van een bal een ongeluk. Een dennengeur in een kleine ruimte is snel te veel. Sla de diffuser over.
15. De kinderkamer, als die meedoet, krijgt onbreekbaar en opbergbaar. Een mini-boom op een kast, buiten grijpbereik, of een slinger van papier die het kind zelf maakte. Geen lichtreeks binnen handbereik. Geen kleine kapjes op de grond. De kamer blijft een kamer om in te spelen, niet een tweede living.

Licht en geur per kamer
De boom draagt het echte licht. In de andere kamers volstaat één kaars van led of één kort snoer in de schaal. Een huis waarin elke kamer knippert, wordt onrustig. Zet alles op dezelfde soort wit, warm of koel, gelijk aan de boom.
Geur beperk je tot de living, en alleen als er geen echte boom staat die al geurt. In de keuken ruikt het eten. In de slaapkamer wil je niets dat de hele nacht werkt. Een geurverspreider die je vergeet uit te zetten, is hoe je op 26 december het raam openzet.
Een huis dat je nog kan kuisen
Elk idee hierboven kan je in vijf minuten wegzetten om te stofzuigen. Lukt dat niet, dan is het te veel of te vast. Plak niets op verf met een strip die je in januari van de muur trekt. Zet niets op een plek waar een gieter, een pan of een schooltas moet landen.
Houd een doos in de gang tijdens de feestdagen voor de stukken die je tijdelijk weghaalt, zoals de tafelballen tijdens het eten. Die doos is geen mislukking. Het is hoe de versiering het huis blijft dienen.
Wat je bewust niet doet
Je vult niet elke trede, je hangt geen krans aan elke deur, je zet geen dorp op de vloer waar je ’s nachts doorloopt, en je begint geen miniatuurboom in de badkamer. Vijftien ideeën betekent drie per kamer, en je kiest er per kamer één of twee. Wie ze alle vijftien uitvoert, heeft een showroom. Wie er vijf uitvoert in dezelfde kleuren, heeft een huis.
De kerstslingers bewaar je voor de plek waar een lijn echt ontbreekt. Overal een slinger is hoe de kleur verdwijnt onder garen.

Van idee naar weekend
Versier de boom op dag één. Kies op dag twee één echo in de living en één in de hal. De tafel doe je de dag van het eten, niet twee weken op voorhand, anders staat ze in de weg. De slaapkamer mag leeg blijven. Een huis dat zo is opgebouwd, ruim je op Driekoningen ook weer in omgekeerde volgorde op, zonder een verrassing achter de badkamerspiegel.
Hoe je kiest welke drie ideeën blijven
Vijftien ideeën zijn een menu, geen opdracht. Loop met een briefje door het huis en schrijf per kamer één zin: wat stoort er nu, en wat moet blijven werken. De living stoort er als de hoek leeg is. De hal stoort er als de kapstok verdwijnt onder een slinger. De keuken stoort er nooit door een gebrek aan ballen, wel door een vol werkblad. Je versiert de kamer die stoort, en je laat de kamer met rust die al functioneert.
Kies daarna één materiaal dat je overal herhaalt. Alleen ballen, of ballen plus één soort tak. Wie in de living ballen hangt, in de hal een dorp zet en in de keuken een ster van stro, heeft drie projecten. De oogst is een huis dat moe maakt om naar te kijken. De oogst van één materiaal is een huis dat stiller oogt dan de som van de spullen.
Zet een timer van een uur voor de echo’s buiten de boom. Wat in dat uur niet staat, komt er dit jaar niet. De rest gaat de doos in voor een volgend weekend dat nooit drukker wordt dan dit. Kerstdecoratie die blijft liggen op de keukentafel tot 20 december, is decoratie die je te laat bent begonnen. Begin bij de boom. De kamers volgen alleen als de boom af is.
Licht, geur en het uur dat je thuiskomt
Het licht in de boom is het hoofdlicht. In de andere kamers volstaat een ledkaars of niets. Een slinger in de hal die knippert, een slinger in de keuken die knippert en een boom die knippert, maken een huis onrustig op het uur dat je binnenkomt en de jas nog aan hebt. Kies één plek die mag knipperen, bij voorkeur geen, en houd de rest stabiel.
Geur beperk je tot één bron. Een echte boom is die bron. Een diffuser erbij in een appartement van zestig vierkante meter wordt hoofdpijn. In een grote living met een hoge zoldering mag een kaars met geur als iemand in de kamer blijft. In de slaapkamer blijft het neutraal. Je slaapt niet in een dennenbos en je hoeft dat ook niet na te bootsen.
Kuisen hoort in de planning. Elke versiering die je niet in vijf minuten kan verplaatsen, is te vast. Stofzuigen rond een boom lukt. Stofzuigen rond een dorp op de vloer lukt niet, en dan blijft het stof liggen tot januari. Kies de ideeën die je kan optillen. De andere zijn mooi in een etalage en lastig in een huis waar mensen wonen, koken en hun schoenen uitdoen.
Opruimen per kamer, niet op één zaterdag
Op Driekoningen begin je bij de slaapkamer en de badkamer, omdat daar hopelijk bijna niets staat. Dan de keuken. Dan de hal, zodat de kapstok vrij is voor de natte jassen van januari. De living het laatst, of op dezelfde dag als je de boom uitdoet. Een huis dat kamer per kamer leeg raakt, voelt niet kaal. Het voelt opgeruimd.
De ballen uit alle kamers gaan terug naar dezelfde kleurendoos, niet naar een “hal-doos” en een “tafel-doos” tenzij die echt anders zijn. Versnipperen is hoe je volgend jaar denkt dat je niets meer hebt. Eén doos per kleur, een etiket, en de wetenschap dat de hal volgend jaar opnieuw een kom krijgt en geen nieuwe aankoop.
Wie dit jaar te veel had, schrijft op het briefje welke kamer leeg blijft. Dat briefje gaat in de doos. Het is de kortste interieurbeslissing van het jaar en de enige die je in november nog gelooft. De boom blijft de hoofdrol. De kamers mogen fluisteren.
Kies per kamer één idee en laat de rest in de lijst. Een huis dat alle vijftien uitvoert, is een etalage. Vijf echo’s in dezelfde kleur zijn een woning.